Exhibition Jaski Art Gallery, Amsterdam

 

Jaski Art Gallery

 

 

 

Fernweh

 

Al een halve eeuw probeerde Jan Cremer te achterhalen wat zijn werkelijke, altijd voor hem verzwegen, familieachtergrond is. Hij wist dat hij een vader had die gevangenzat in het web van Fernweh, het verlangen naar de verten. Een gevoel dat hem steeds verder van huis en haard verdreef en hem in 1937 in Boedapest bracht, waar hij de dan negentienjarige eigenzinnige balletdanseres Rozsá Csordás Szomorkay ontmoette, die Jan Cremers moeder zou worden. Pas in 2011, met de vondst van nagelaten papieren, komt Cremer meer over zijn achtergrond te weten. In een ingetogen stijl onderzoekt hij de oorsprong van het roerige en dramatisch verlopen leven van zijn ouders. Odyssee is een fascinerend boek, dat een fel en meedogenloos licht werpt op het Nederland van voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

 


Meer informatie

 

 

Uit het nieuws:

 


 

 

 

 

Machteld - Karel Appel's muse


  Focalpoint in the special cabinet exhibition "Machteld, Karel Appel's Muse" is the monumental portrait that Appel made of his big love in 1962. Next to the portrait is the Barbaric Bird from 1961, a painted trunk of an old olive tree in the form of a bird. Both items are from the collection of architect Karel Sijmons and his wife Tony Sijmons. On the basis of personal correspondence and photos, the visitor gets a unique insight in the special relation between this couple and Karel & Machteld Appel. Daughter Babette Cremer-Sijmons bundled the memorabilia with her personal memories of Machteld, a woman that inspired her a young age. The book "Machteld - Karel Appel's muse" can be bought at www.uitgeverijdekunst.nl


(The book contains an english translation).  

 

 

 

 

Museum de Fundatie uit Zwolle koopt meesterwerk Jan Cremer

Museum de Fundatie koopt La guerre Japonaise van Jan Cremer

 

Museum de Fundatie uit Zwolle heeft acht schilderijen van kunstschilder Jan Cremer gekocht. Onder die werken is het meesterwerk van Cremer, het vijfluik La Guerre Japonaise uit 1960.


De werken zijn nu al te zien in het Paleis aan de Blijmarkt, in de tentoonstelling 'Cremer in Verf'. De schilderijen komen in de collectie van het museum dankzij een schenking en aankoop uit de collectie Cremer met steun van de BankGiro Loterij en de provincie Overijssel.



'Belangrijke naoorlogse schilder'


Ralph Keuning, directeur van het museum, is in zijn nopjes: "Cremer is één van de belangrijkste Nederlandse naoorlogse schilders. Zijn werk moet zichtbaar zijn voor iedereen. Met deze schilderijen heeft Museum de Fundatie permanent de beschikking over een sterk cluster dat representatief is voor Cremers ontwikkeling en oeuvre. De Fundatie zal Cremer tonen in een internationale context met onder andere werk van Appel, Jorn, Saura en Chadwick. Het is een mijlpaal voor de Fundatie."



Collectie Jan Cremer uitgebreid

De provincie Overijssel kocht al in de jaren zestig schilderijen van de geboren Enschedeër Jan Cremer voor haar kunstcollectie. Museum de Fundatie kreeg in 1993 het beheer over de collectie inclusief de opdracht om deze uit te breiden. In totaal bevonden zich tot nu toe vier schilderijen en een aantal grafische werken van Cremer in de provinciale collectie.

Het nu aangekochte La Guerre Japonaise wordt door velen beschouwd als het meesterwerk van Jan Cremer. Het is een icoon van de strijd en vrijheidsdrang van Cremer en zijn generatie. Naast La Guerre Japonaise blijven ook de schilderijen Berlin, Compositie, het drieluik Aarde & Vuur (Oorlog, Bevrijding, Vrede), Adelaar Sneeuw, Himalaya, Sebastopol Sunrise en Red Horizon in de Fundatie. Het bekende 'paardendrieluik' Aarde en Vuur en het nieuwe Red Horizon behoren nu tot de collectie van de provincie Overijssel.


In 2014 kocht de Fundatie voor zijn eigen collectie Woestijngevecht. In dat jaar kwam ook het schilderij Nanacht als langdurig bruikleen van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed naar het museum.

 

Bron: RTV Oost.

 

 

 

 

 

 

Lees ook:

 

Het blog van Oscar van Gelderen.

 

 

 

Museum de Fundatie, Zwolle van 19 april t/m 23 augustus 2015

 

 

Jan Cremer begon al op zijn veertiende met schilderen. En het was meteen raak. Geen voorzichtige eerste stapjes, geen aarzelend zoeken, maar al direct de felle kleur en het grote gebaar. Na meer dan een halve eeuw ontwikkeling zijn die twee kenmerken nog altijd de basis van zijn kunst. Cremer spreekt zich krachtig en zonder reserve uit. Onder de titel CREMER IN VERF, 1954-2014 toont Museum de Fundatie in Zwolle van 19 april t/m 23 augustus 2015 een uitgebreid overzicht van 60 jaar schilderkunst van Jan Cremer.

Cremer is geen schrijver die schildert. Het begon allemaal met schilderen, het schrijven kwam daarna. Of misschien is het juister om te stellen dat het begon met kijken. Schilderen en schrijven zijn voor Cremer namelijk twee verschillende manieren om datgene wat hij om zich heen ziet vast te leggen en te verwerken. De ene keer op papier, de andere keer in verf. I paint, I write, I paint, zoals de monografie heet die in 2000 aan zijn dubbeltalent werd gewijd. De jonge Jan Cremer, geboren op 20 april 1940 in Enschede, lanceerde zichzelf in het Parijs van de jaren 50. De lichtstad was destijds een internationale smeltkroes van kunst en cultuur, waarin hij als artistieke veelvraat zijn levenshonger probeerde te stillen. In Parijs ontwikkelde hij zijn zogeheten ‘Peinture Barbarisme’, woest beschilderde doeken met dikke lagen verf, gemengd met zand, jute en andere materialen. Met zijn onorthodoxe techniek en dito persoonlijkheid plaatste hij zichzelf in één klap in de frontlinie van de moderne kunst.

In 1961 verliet Cremer de wereldstad Parijs (waar hij wel een atelier aanhield) voor het afgelegen Ibiza. De brandende zon en het ruige landschap leidde tot een serie werken die in hun trefzekere schriftuur haast oosters aandoen. Ze laten zien hoezeer schilderen en schrijven in elkaars verlengde kunnen liggen en soms elkaar overlappen. Bij Cremer was dat letterlijk het geval. De publicatie van zijn niets-verhullende schelmenroman Ik Jan Cremer in 1964 choqueerde de culturele elite in Nederland. Met de opbrengst van deze “onverbiddelijke bestseller”, die later in tientallen landen werd vertaald, vestigde hij zich in het Chelsea Hotel in New York. Daar begon hij opnieuw te schilderen, ditmaal geen abstracte doeken vol verfgeweld maar expressieve en kleurrijke tulpenvelden. Cremers incorporatie van het Hollandse clichébeeld bij uitstek mag gezien worden als een verbinding tussen de pure schilderkunst van Parijs en Ibiza met enerzijds de grote Hollandse landschapstraditie en anderzijds de anti-traditionele pop art van New York.

Het landschap, zowel in Nederland als in de vele exotische oorden die hij door de jaren heen bezocht, waaronder Mongolië en Siberië, groeide uit tot het centrale thema in het geschilderde oeuvre van Jan Cremer. Meer recent is daaraan het zeegezicht toegevoegd. Door de monumentale formaten, tot drie meter breed, en de stevig opgebrachte verflagen hebben deze stukken een sterk fysieke aanwezigheid, die een continuïteit vormen met het ‘Peinture Barbarisme’ uit zijn beginperiode. Schilderijen met titels als Mongoolse zee (2007), Montauk Sunrise (2010) en Cape Cod (2012) zijn niet alleen een directe weerslag van Cremers reislust maar vooral ook een metafoor van zijn voortdurende behoefte aan ruimte en beweging, die in al zijn doen en laten een belangrijke drijfveer is.

Op deze grote overzichtstentoonstelling van Cremers schilderkunst in Museum de Fundatie in Zwolle, is zijn artistieke ontwikkeling te volgen aan de hand van zes clusters van werken. Elke cluster vertegenwoordigt een fase in zijn schilderkunstige avontuur. Tot de selectie behoren schilderijen die in de jaren 60 en 70 door de Provincie Overijssel werden verworven. Een aantal van hen kwamen van de schilder-verzamelaar Paul Citroen, die op de academie in Den Haag een van Cremers docenten was en al vroeg oog had voor diens baanbrekende werk. Behalve in de kunstcollectie van de provincie, die onder beheer valt van de Fundatie, bevinden zich in de eigen collectie van het museum nog twee schilderijen van Jan Cremer, beide daterend van 1959. Woestijngevecht werd in 2014 met steun van de BankGiro Loterij verworven, Nanacht is in langdurig bruikleen verkregen van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.



Zoals de titel al aangeeft, staat de schilderkunst van Jan Cremer centraal op de tentoonstelling in Zwolle. Om recht te doen aan de veelzijdigheid van zijn kunstenaarschap is er op gepaste wijze tevens aandacht voor Cremers schrijfwerk, alsook voor de vele foto’s die hij tijdens zijn turbulente leven heeft gemaakt. Een deel van deze foto’s is te zien in Zwolle, een ander deel in Kasteel het Nijenhuis, Heino/Wijhe. Bij de tentoonstelling verschijnen twee boeken bij Uitgeverij Waanders & de Kunst: een tentoonstellingscatalogus gewijd aan de schilderijen en een boek over Cremers fotografisch werk.

 

 

Cremer in verf


 

Kasteel Het Nijenhuis, Olst Wije, van 19 april t/m 23 augustus 2015

 

 

Van 19 april t/m 23 augustus 2015 is in Kasteel het Nijenhuis bij Heino de expositie JAN CREMER-UNSEEN EYE te zien. Parallel aan 'CREMER IN VERF', een overzicht van 60 jaar schilderkunst van Cremer dat vanaf 19 april in Museum de Fundatie in Zwolle te zien is, vormt het Nijenhuis het decor voor zijn fotografie. Een ruime selectie foto’s, gemaakt van midden jaren ’60 tot begin jaren ’80, geeft een onthullende kijk op de wereld van Jan Cremer.

Cremer wilde als kleine jongen al fotograaf worden. Zo kon hij in de voetsporen treden van zijn vroeg overleden vader, die als journalist de wereld rondreisde. Met nagelaten foto’s ging de jonge Cremer hem in zijn fantasie achterna. Pas na het succes van zijn bestseller Ik Jan Cremer in 1964 kon hij zijn eerste echte camera kopen. “In plaats van altijd en overal notities van te maken,” zegt Cremer, “leg ik alles op de gevoelige plaat vast. Ik fotografeer straatnamen, etalages, opschriften, reclameborden, uithangborden, aanplakbiljetten.” Daarnaast zijn er de schilderachtige onderwerpen: “Sommige straattaferelen of landschappen, details van afgebrokkelde muren, ruwe bergtoppen, woeste rivieren, eeuwige sneeuw, zijn in mijn oog regelrechte schilderijen. Als ik door de zoeker kijk, zie ik meteen het schilderij.” Voor Cremer bestaat er maar één sluitertijd, de kortste van 1/250 seconde: “Om dat korte moment gaat het voor mij in de fotografie, om dat éne onherroepelijke moment.”

Reizen staat voor Cremer gelijk aan het verruimen van zijn blik, wat ook zijn levensmotto is. Zijn foto’s weerspiegelen Cremers reislust door de jaren heen. In New York fotografeerde hij het uitzicht uit zijn kamer in het roemruchte Chelsea-hotel, de houten badhuizen op Coney Island en uiteraard de schreeuwende neonreclames op Time Square. “Een reclamebord is een perfecte weerslag van de denkwijze die er op dat moment bij een volk leeft”, aldus Cremer, die als jongen bij een reclameschilder werkte. Ook in Oost-Berlijn zien we reclame, maar dan als symbool van vergane glorie, in Roemenië staan kartonnen palmen op het strand, op de Noordpool schillen eskimo’s hun aardappelen. Pretenties heeft Cremer niet met zijn foto’s. “Ik ben het oog dat onopgemerkt toekijkt. Begin jaren zestig vond ik in een beduimelde op Ibiza achtergelaten Esquire een foto van een celdeur in een Amerikaanse gevangenis, met een getekend oog en een waarschuwing: ‘Unseen Eye is watching you’. Ik herkende mezelf. Ik observeer en ben onzichtbaar.”